// Frankrijk · Vergeetrecht
Hof verwerpt cassatieberoep tegen weigering artikel over veroordeling te verwijderen of anonimiseren
Cour de cassation · · Verzoek aan: Uitgever
ECLI:FR:CCASS:2026:C100360
De zaak
De zaak gaat over een man die in 2009 door de correctionele rechtbank van Nanterre werd veroordeeld tot twee jaar voorwaardelijke gevangenisstraf en 20.000 euro boete wegens medeplichtigheid aan verduistering, heling en misbruik van vennootschapsgoederen. De feiten dateerden uit de periode 2002-2004, toen hij voorzitter was van de voetbalafdeling van een sportclub. Op 15 juni 2009 publiceerde 20 Minutes France op zijn website een artikel getiteld 'Il détournait de l'argent pour un club' over deze veroordeling. In hoger beroep verminderde het hof van Versailles op 16 februari 2011 de straf tot één jaar voorwaardelijk en 30.000 euro boete, met een bevel tot niet-vermelding op het strafblad. Op 15 november 2019 voegde 20 Minutes een aanvulling aan het artikel toe over deze uitspraak in hoger beroep, op verzoek van de advocaat van betrokkene.
Op 2 juni 2020 dagvaardde de man 20 Minutes France met de eis het artikel van de website te verwijderen, subsidiair zijn naam te anonimiseren, en meer subsidiair het artikel te laten de-indexeren uit zoekmachines. Het hof van beroep in Parijs wees deze vorderingen op 20 februari 2025 af. De man ging in cassatie en voerde onder meer aan dat het hof de bewijslast had omgekeerd door van hem te verlangen aan te tonen dat zijn rechten zwaarder wogen dan de persvrijheid, en dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de actuele bekendheid, het tijdsverloop en de toegankelijkheid van het online archief.
De Cour de cassation verwierp het cassatieberoep. Zij herhaalde dat het recht op privéleven en de vrijheid van meningsuiting gelijkwaardige normatieve waarde hebben en dat de rechter concreet moet afwegen welk belang in het concrete geval het zwaarst weegt, aan de hand van criteria die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Hurbain tegen België noemde: de aard van de gearchiveerde informatie, de verstreken tijd, het actuele belang van de informatie, de bekendheid van de verzoeker en zijn gedrag sinds de feiten, de negatieve gevolgen van permanente onlinebeschikbaarheid, de toegankelijkheid van het digitale archief en de impact van een maatregel op de persvrijheid. Het hof van beroep had vastgesteld dat de veroordeling ernstige feiten betrof, gepleegd tijdens de uitoefening van een functie, dat de man grote bekendheid genoot in de sport- en politieke wereld, dat hij geen nadeel aantoonde dat zwaarder woog dan het informatiebelang, en dat anonimisering het artikel voor het publiek elke relevantie zou ontnemen. De Cour de cassation oordeelde dat deze motivering een correcte belangenafweging inhield en dat er geen sprake was van omkering van de bewijslast.
Wat de rechter overwoog
- 01Het recht op privéleven en de vrijheid van meningsuiting hebben gelijke normatieve waarde en moeten concreet tegen elkaar worden afgewogen.
- 02Bij die afweging gelden de criteria uit het Hurbain-arrest van het EHRM: aard van de informatie, tijdsverloop, actueel belang, bekendheid en gedrag van betrokkene, gevolgen van permanente onlinebeschikbaarheid, toegankelijkheid van het archief en impact op persvrijheid.
- 03Het ging om ernstige strafbare feiten, gepleegd in de uitoefening van een bestuursfunctie bij een sportclub, wat het publieke belang bij informatie versterkt.
- 04De betrokkene genoot aanzienlijke bekendheid in de sport- en politieke sector, wat de balans verder ten gunste van het informatierecht deed doorslaan.
- 05Anonimisering zou het artikel zijn maatschappelijke relevantie ontnemen, terwijl de vermelding van naam en feiten als essentieel onderdeel van de berichtgeving werd beschouwd.
- 06De betrokkene toonde geen concreet nadeel aan dat zwaarder woog dan het recht op informatie van het publiek.
Wat dit betekent voor de praktijk
Voor wie een journalistiek archiefartikel over een eigen strafrechtelijke veroordeling wil laten aanpassen, laat deze uitspraak zien dat de lat hoog ligt wanneer de feiten ernstig zijn, verband houden met een functie en de betrokkene enige publieke bekendheid heeft. Het is niet voldoende te stellen dat de informatie oud is of online blijft staan; concreet aangetoond nadeel en een zorgvuldige afweging tegen het publieke informatiebelang zijn doorslaggevend. Wie zich alleen tot de uitgever richt en niet ook de zoekmachine aanspreekt, blijft afhankelijk van deze strengere journalistieke toets in plaats van de gunstiger afweging die geldt bij een verzoek tot de-indexering.
Wetsartikelen
- article 8 CEDH
- article 10 CEDH
- article 9 code civil
- articles 7, 8, 11 et 52 de la Charte des droits fondamentaux de l'UE
- article 1353 code civil
Gerelateerde uitspraken
- Rechtbank weigert strafrechtelijk verleden vastgoedondernemer uit zoekmachine te verwijderenNederland · 28 augustus 2025
- Rechtbank wijst vordering af: Dynamiet kan niet bewijzen dat Google website sanctioneerdeNederland · 28 mei 2025
- Erfgenaam verliest zaak tegen Google over verwijdering blogpost crimineel verledenNederland · 26 maart 2024
- Kaakchirurg faalt in poging negatieve patiëntenrecensie uit Google-zoekresultaten te verwijderenNederland · 22 december 2022
Gratis zaakbeoordeling
Beschrijf uw situatie en ontvang een gratis beoordeling van uw kansen, inschatting van de benodigde uren en aanbevolen aanpak, binnen 48 uur.
Uw gegevens worden vertrouwelijk behandeld