Naar de hoofdinhoud

// Frankrijk · Vergeetrecht

Cassatie: naam in nieuwsartikel over strafveroordeling mag blijven staan

Cour de cassation ·

ECLI:FR:CCASS:2026:C100360

Lees de uitspraak bij Légifrance

De zaak

Een man vorderde dat nieuwswebsite 20 Minutes France een artikel over hem zou verwijderen. Subsidiair vroeg hij om anonimisering, dus verwijdering van zijn naam uit het artikel, en meer subsidiair om de-indexering uit zoekmachines. Het artikel vermeldde strafrechtelijke veroordelingen. Het hof van beroep in Parijs wees alle vorderingen af en de man ging in cassatie met drie middelen.

Het eerste middel stelde dat het hof van beroep de bewijslast had omgekeerd. Volgens de klager geldt het recht op vergetelheid (droit à l'oubli) in beginsel voor gegevens over strafrechtelijke veroordelingen en is een uitzondering daarop alleen toegestaan als dat strikt noodzakelijk is voor de persvrijheid. Door van hem te verlangen dat hij de noodzaak van verwijdering aantoonde, zou het hof de bewijslast verkeerd hebben verdeeld.

De Cour de cassation volgde deze redenering niet. Zij herhaalde dat het recht op vrije meningsuiting (artikel 10 EVRM) en het recht op eerbiediging van het privéleven (artikel 8 EVRM en artikel 9 van de Code civil) gelijkwaardig zijn. Bij een botsing tussen deze rechten moet de rechter ze concreet tegen elkaar afwegen en de oplossing kiezen die het meest legitieme belang beschermt. Er is dus geen automatisch voorrangsrecht voor privacy waarvan alleen bij uitzondering kan worden afgeweken; het gaat om een afweging in het concrete geval, zonder dat één partij op voorhand de bewijslast draagt om die afweging te winnen.

De rechtbank verwees ook naar de maatstaven uit de zaak Hurbain tegen België van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waaronder de aard van de gearchiveerde informatie, de verstreken tijd, de actuele relevantie, de bekendheid en het gedrag van de betrokkene, de gevolgen van blijvende online zichtbaarheid, de toegankelijkheid van het archief en de impact op persvrijheid. De klager voerde aan dat het hof van beroep zijn bekendheid ten onrechte had beoordeeld aan de hand van gegevens uit 2008 en 2016 in plaats van op het moment van zijn verzoek in 2019, en dat het hof niet had onderzocht hoe toegankelijk het archief was.

De Cour de cassation oordeelde dat het hof van beroep wel degelijk een concrete belangenafweging had gemaakt. Het hof van beroep had vastgesteld dat het publiek nog steeds belang had bij het artikel, dat de vermelding van de naam een essentieel onderdeel van de informatie vormde, en dat het noemen van identificerende gegevens en veroordelingen onder het recht op informatie en de persvrijheid viel. Op basis daarvan was de weigering om het artikel te anonimiseren of te verwijderen rechtens voldoende gemotiveerd. Het derde middel werd zonder nadere motivering verworpen omdat het kennelijk niet tot cassatie kon leiden. De klager werd veroordeeld in de proceskosten en tot betaling van 3.000 euro aan de wederpartij.

Wat de rechter overwoog

  • 01Het recht op vrije meningsuiting en het recht op eerbiediging van het privéleven hebben dezelfde normatieve waarde, zodat geen van beide automatisch voorrang heeft.
  • 02De rechter moet deze rechten concreet tegen elkaar afwegen aan de hand van de belangen in het specifieke geval, niet aan de hand van een vaste bewijslastverdeling.
  • 03Vermelding van strafrechtelijke veroordelingen in een publicatie raakt aan het privéleven, ook als het om beroepsmatig handelen gaat.
  • 04Bij die afweging gelden onder meer de aard van de informatie, de verstreken tijd, de actuele relevantie, de bekendheid van de betrokkene en de toegankelijkheid van het archief als relevante factoren.
  • 05Het hof van beroep had voldoende gemotiveerd dat het publieke informatiebelang en de persvrijheid in dit geval zwaarder wogen dan het belang bij anonimisering of verwijdering.
  • 06De naam van de betrokkene werd als essentieel onderdeel van de nieuwsinformatie beschouwd, wat verwijdering ervan onwenselijk maakte.

Wat dit betekent voor de praktijk

Deze uitspraak bevestigt dat een verzoek om verwijdering, anonimisering of de-indexering van een nieuwsartikel over een strafzaak niet automatisch wordt gehonoreerd, ook niet lang na de feiten. De rechter maakt telkens een concrete belangenafweging waarbij de actuele relevantie van de informatie en de rol van de naam in de berichtgeving zwaar wegen. Voor wie de eigen reputatie wil beschermen, betekent dit dat succes afhangt van concrete argumenten over gebrek aan actueel belang, geringe bekendheid of onevenredige gevolgen, en niet van de enkele stelling dat tijdsverloop op zichzelf al recht geeft op verwijdering.

Wetsartikelen

  • artikel 8 EVRM
  • artikel 10 EVRM
  • artikel 9 Code civil
  • artikelen 7, 8 en 11 Handvest van de grondrechten van de EU
  • artikel 52 Handvest van de grondrechten van de EU
  • artikel 1353 Code civil
Vergeetrecht

Gerelateerde uitspraken

// NEEM CONTACT OP

Gratis zaakbeoordeling

Beschrijf uw situatie en ontvang een gratis beoordeling van uw kansen, inschatting van de benodigde uren en aanbevolen aanpak, binnen 48 uur.

Gratis & vrijblijvend
Reactie binnen 48 uur
Meer dan 90% van onze verzoeken ingewilligd
600+ zaken behandeld

Uw gegevens worden vertrouwelijk behandeld